Peuters
Het belang van echt zelf
spelen en actief zijn wordt steeds minder vaak gezien. In de duizenden jaren voor onze
tegenwoordige tijd hebben peuters en grotere kinderen zich nagenoeg als vanzelfsprekend
ontwikkeld. Dat komt omdat de mens in die tijd nog veel dichter bij de natuur stond en er zelf
direct onderdeel van uitmaakte.
In onze huidige tijd met onze grote steden, met veel
"hulpmiddelen" en veel "elektronisch vermaak" bewegen en spelen peuters, kleuters en
basisschoolkinderen steeds minder. En dat in een periode van hun leven waarin het niet alleen voor
peuters maar voor alle kinderen van uitermate groot belang is dat ze spelen. Daardoor ontwikkelen
ze immers veel vaardigheden, die ze voor de rest van hun leven heel hard nodig hebben. Spelen is
voor peuters niet enkel aardig "tijdverdrijf" maar echt leren. Omdat een belangrijke basis bij de
ontwikkeling van peuters gelegd wordt is het van groot belang dat ze hun motoriek goed
ontwikkelen.
Het gevaar is dat niet alleen peuters maar alle kinderen steeds
passiever worden en daardoor niet meer goed leren hoe ze tot eigen activiteit, creativiteit en
zelfstandig denken en handelen kunnen komen.
Daarom is spelen zeker ook voor peuters het via het lichaam en
door middel van eigen ervaringen, herhaling en oefening leren. Zelf actief spelen is voor peuters
dé manier waarop ze leren hun eigen leerproces op een effectieve manier in gang te zetten en op
gang te houden. Daarom is het belangrijk dat samen met de motoriek het leer- en denkvermogen van
peuters gelijktijdig ontwikkeld worden.
Als je als kind nog moet leren om motorisch vaardig genoeg te
worden als je op de basisschool komt dan is het vaak te laat om goed aan de hoge eisen die gesteld
worden te kunnen voldoen.
Ons basisonderwijs is ingesteld op het overdragen van kennis en er
wordt ervan uitgegaan dat de vaardigheden die daarvoor nodig zijn bij de kinderen aanwezig te zijn.
Voor het leerproces kan de passiviteit die kinderen ontwikkelen
een grote belemmering vormen, samen met het feit dat veel kinderen hun motoriek niet meer goed
genoeg kunnen ontwikkelen. Daardoor worden ze steeds minder goed in staat om hun lichaam goed te
kunnen "besturen" en hun motorische vaardigheden voldoende te verfijnen. Daarbij komt nog dat een
goed ontwikkelde motoriek de basis voor het zelfvertrouwen vormt omdat het kind daarmee veel beter
in staat is om de dingen die het moet doen ook daadwerkelijk te kunnen doen.
Veel vaardigheden die voor het leren uitermate belangrijk zijn
moeten niet alleen peuters maar alle kinderen eerst door het ZELF DOEN en EIGEN ERVARING geleerd
worden. Later kunnen deze vaardigheden dan alleen in het hoofd, dus in het denken en schoolse leren
(ook op abstract niveau) toegepast gaan worden.
|